Violette is thuisloos en verzet zich tegen besparingen in winteropvang: “Daarmee wil regering meer wanorde in de steden creëren”
“Heeft iemand van de federale regering al eens een nacht op straat doorgebracht? Ik raad het niet aan”, zegt Violette, die al twee jaar thuisloos in Brussel woont. Samen met de vakbond Immenses protesteert ze dinsdag tegen de federale maatregelen, zoals de geschrapte subsidies voor de winteropvang.
In de aanloop van de manifestatie tegen de Arizona maatregelen op 14 oktober en de Internationale dag van Verzet tegen Armeode en Uitsluiting op 17 oktober gaf de Standaard een platform aan Violette, ervaringsdeskundige woordvoerster van Le Syndicat des Immenses.
“Vannacht geen oog dichtgedaan”, zegt Violette bij het begin van ons gesprek. We spreken haar in de kantoren van het Brussels Platform Armoede, in de Vooruitgangstraat in Schaarbeek, achter het station Brussel-Noord. Aan weerszijden van de ingang ligt iemand te slapen onder een deken, ook al is het al 11 uur in de ochtend. Violette, een jonge veertiger, heeft de nacht doorgebracht in de noodopvang: “Een vrouw die in dezelfde kamer sliep, heeft de hele nacht gesnurkt. Je moet blij zijn als je een plek krijgt, maar echt rustgevend is het daar niet. Niemand klopt er voor zijn plezier aan, je doet het omdat je geen keuze hebt.”
“Op straat moeten slapen is erger. Liefst zoek ik een plek bij een tramhalte, omdat daar een bank is en verlichting, en een beetje passage. Zeker als vrouw is het ronduit gevaarlijk op straat. Je wordt vaak lastiggevallen – doorsneemannen gaan ervan uit dat je een ‘straatmadelief’ bent en doen je oneerbare voorstellen. Of ze beloven je een douche en een maaltijd, maar het risico op verkrachting is groot.”
Dinsdag betogen de vakbonden tegen de federale regering, die snoeit in de sociale voorzieningen. Ook Violette zal erbij zijn, samen met andere leden van Immenses, in het Nederlands Giganten, wat staat voor ‘geweldig individu in gigantische armoede maar niet zonder trots’. Het is een Brusselse vakbond van dak- en thuislozen die hun ervaringskennis gebruiken om politieke voorstellen te doen die praktisch en financieel haalbaar zijn. Een federale maatregel waartegen ze protesteren, is het schrappen van de subsidies voor de winteropvang van dak- en thuislozen in vijf grote steden. De OCMW’s van Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi moeten het voortaan met 65.000 euro minder doen.
“Dat is een maatregel die ons, de kwetsbaarsten, hard raakt”, zegt Violette.
“Minder bedden in de winteropvang betekent dat er meer mensen buiten moeten slapen. Zo willen ze meer wanorde in de steden creëren. Minder medewerkers betekent dat het moeilijker wordt voor ons om een sociaal assistent, een verpleegkundige, laat staan een psycholoog of een arts te spreken. Nu al moeten we daarvoor urenlang in de rij staan. Er zijn net meer begeleiders nodig. Tegelijk is het zot dat we voor nachtopvang moeten strijden, want die is natuurlijk maar een noodoplossing.”
Een euro en een kom soep
Volgens de Koning Boudewijnstichting zijn er zo’n 50.000 thuislozen in ons land, van wie er 10.000 in Brussel leven: ze verblijven bij vrienden, in kraakpanden waar de politie hen geregeld buitenzet, op straat, of ze verhuizen de hele tijd van de ene opvang naar de andere.
Voorbijgangers zien Gaston sur son carton op de stoep liggen, en geven hem een euro of een kom soep, denkend dat de zaak daarmee opgelost is. Dat is maar het topje van de ijsberg, de boom die het bos erachter verbergt”,
zegt Violette. “Soms slaapt Gaston niet op een karton maar op een futon – een matras. Maar zolang je geen eigen adres hebt, besta je niet in dit land. Je kunt geen sociale rechten afdwingen, geen werk vinden, geen toekomst opbouwen. Elke dag is een strijd om te overleven.”
“Elke dag opnieuw moet je jezelf oppeppen en sterk houden, om niet helemaal ten onder te gaan. Gelukkig is er onze vakbond Immenses, waar ik militante ben. Ik engageer me ook in het ‘Parlement van de onzichtbaren’, een voorstelling voor bijvoorbeeld scholen waarin ieder iets van zijn persoonlijk leven deelt, met als doel maatschappelijke verandering teweeg te brengen. En ik werk mee aan het radioprogramma La voix de la rue op Radio Panik (een onafhankelijke Brusselse radiozender, red.).”
Een beetje pech
“Liefst van al zou ik écht werk hebben”, zegt Violette. “Zonder domicilie gaat dat niet. Eerlijk, solliciteren lukt niet als je ’s nachts amper geslapen hebt en voortdurend bezig bent met overleven. Net als iedereen in mijn situatie had ik hiervoor een heel ander leven. Ik heb journalistiek gestudeerd, ik was getrouwd en woonde in een mooi huis. Maar omdat mijn vader ziek werd, ben ik naar Afrika gereisd, net voor covid uitbrak. Toen ik terugkwam, bleek dat mijn man de echtscheiding had aangevraagd en dat de rechtbank die al uitgesproken had, omdat ik de echtelijke woning had verlaten. Ik stond op straat. Vroeger zou ik dit nooit geloofd hebben, nu weet ik: een beetje pech, en het kan iedereen overkomen.”
“Daarom is het belangrijk dat je wordt opgevangen als je valt. Dat is ons punt. De federale regering trekt haar handen af van het dak- en thuislozenprobleem en snoeit tegelijk in het vangnet van de sociale zekerheid, waardoor mensen die zich in een precaire situatie bevinden uit de boot vallen. Ze zou veel meer kunnen doen om dak- en thuisloosheid te voorkomen.”
Violette denkt aan: een verlaging van de huurprijzen door regulering van de woningmarkt, zodat ook mensen met een leefloon een woonst kunnen huren – dat is voor hen nu onbereikbaar. Meer leegstaande gebouwen aanpassen en openstellen voor mensen zonder woonst. En een ruimere toepassing van het Housing First-principe, waarbij een thuisloze eerst onvoorwaardelijk onderdak krijgt en dan pas aan zijn re-integratie werkt – maar de regering wil net afstand nemen van dat principe. “De federale regering heeft de sleutels in handen. We hebben onlangs een goed voorbeeld gezien: in drie weken tijd zijn 11.000 Oekraïense vluchtelingen gehuisvest. Als je een eigen plek hebt, kan er rust in je hoofd komen en kun je weer aanknopen bij de samenleving.”